25, 50, 75 en 100 brengen je in één stap al dicht bij een driecijferig doel. Kijk eerst of het doelgetal deelbaar is door 25 of 50: dat scheelt vaak twee stappen.
Denk niet alleen vooruit vanaf je getallen, maar ook terug vanaf het doel. Is het doel bijvoorbeeld 348, dan is 300 + 48 een logische opsplitsing: kun je 300 en 48 los maken uit je getallen?
Twee kleine getallen vermenigvuldigen (bijvoorbeeld 6 × 8 = 48) geeft vaak sneller een bruikbaar tussenresultaat dan een reeks van optellingen.
Een groot getal delen door een klein getal (bijvoorbeeld 100 / 4 = 25) kan een verrassend bruikbare tussenstap opleveren, vooral als je maar één kant op lijkt te kunnen met vermenigvuldigen.
Een poging die 2 of 3 van het doel afzit, is nog steeds beter dan niets. Bouw eerst een veilige, benaderende oplossing, en verfijn die daarna als er tijd over is.