Nederlandse woorden groeien vaak met vaste stukken: -ing, -heid, -atie, ver-, ge-, be-. Zie je bijvoorbeeld de letters t-i-n-g bij elkaar, denk dan meteen aan een woord op -ting.
Kijk eerst hoeveel klinkers je hebt (meestal 3 tot 5). Een woord met meer klinkers geeft vaak meer combinatiemogelijkheden dan je in eerste instantie denkt.
Vind binnen de eerste paar seconden een woord van 4 of 5 letters dat zeker goed is. Daarna heb je de resterende tijd om te proberen het uit te breiden, zonder dat je met niets komt te zitten als de tijd om is.
Combinaties als sch, ijk, str en ns komen in het Nederlands vaak voor. Zie je deze letters samen, dan is de kans op een lang woord groter.
Denk aan een bekend achtervoegsel (-schap, -lijk, -heid) en kijk welke letters je nog over hebt om daarvoor te zetten.